Meta Platforms schoot vrijdag zo’n 6% omhoog op de beurs, nadat het beleggers in één beweging een ander verhaal voorschotelde: niet meer alleen gigantische AI-uitgaven aan datacenters en chips, maar ook een route naar inkomsten. Over de hele week steeg het aandeel ongeveer 15%, de beste week sinds begin 2024.
Dat valt extra op als je bedenkt dat Meta eerder achterbleef, terwijl de Nasdaq-100 dit jaar al rond de 18% was opgelopen. Het sentiment draaide pas echt toen Meta concreter begon te maken hoe die investeringen zich later moeten terugverdienen.
Daar zit meer achter dan alleen infrastructuur. Wie wil snappen waarom Wall Street ineens anders naar Meta kijkt, moet vooral naar deze nieuwe beurslogica kijken. Meta’s verhaal bestaat nu uit een paar duidelijke bouwstenen:
- Meta Compute, een nieuwe divisie waarmee Meta rekenkracht en modellen wil verhuren aan externe klanten. Daarmee stapt het bedrijf rechtstreeks een markt in die nu vooral in handen is van Amazon, Microsoft en Google.
- Hogere kapitaaluitgaven voor 2026, door Meta afgegeven op 125 tot 145 miljard dollar, waarvan een groot deel naar infrastructuur gaat. Dat wakkerde maandenlang de angst aan dat het concern vooral geld stond weg te stoken, zonder helder plan om die investeringen ooit in omzet om te zetten.
- Geld verdienen aan overtollige capaciteit. Wolfe Research berekende dat elke gigawatt aan verhuurde rekenkracht, bij een omzetsnelheid van ongeveer 25 miljard dollar, de winst per aandeel met circa 20% kan opkrikken.
- Opvallend enthousiasme op de optiemarkt. Het handelsvolume lag ruim drie keer boven het gemiddelde van de afgelopen 30 dagen, terwijl 78% van 1,8 miljard dollar aan premie naar callopties ging.
- Betaalde diensten zoals Muse Spark 1.1 via de Meta Model API, aangevuld met nieuwe generatieve modellen als Muse Image en Muse Video. Je ziet Meta daarmee opschuiven van een aanpak waarin het vooral technologie open of breed beschikbaar maakte, naar een model waarin directe opbrengsten zwaarder gaan wegen.
- Eigen chips als extra steunpilaar. Die chip, de Meta Training and Inference Accelerator (MTIA), moet Meta minder afhankelijk maken van externe hardware en kan volgens sommige analisten de kosten van datacenters in 2027 met wel 35% verlagen.
Toch staat allerminst vast dat Meta dit ook echt voor elkaar krijgt. Meta Compute heeft nog niets verkocht, Meta heeft geen ervaring met het runnen van een cloudtak voor externe klanten, en AWS, Azure en Google Cloud zitten al jarenlang diep ingebakken bij zakelijke afnemers.
Je kunt het verhuren van overcapaciteit ook anders lezen, namelijk als een teken dat Meta simpelweg te veel rekenkracht heeft opgebouwd. Intussen nadert ook de volgende stap in de chipstrategie. De eerste generatie, met de codenaam Iris, moet volgens Meta’s planning in september 2026 in massaproductie gaan.
Ondertussen draait de bestaande machine gewoon door. De advertentietak, volgens Meta’s kwartaalcijfers nog altijd goed voor ongeveer 98% van de omzet, blijft veruit het fundament van het bedrijf. In het eerste kwartaal van 2026 liep de omzet volgens Meta op jaarbasis met 33% op tot 56,3 miljard dollar.
Precies die sterke kern geeft Meta de ruimte om een veel riskantere volgende stap te zetten, al moet het bewijs voor extra inkomsten nog altijd geleverd worden.