Het vertrouwde model van de smartphone, apps openen, tikken, weer terug naar je beginscherm, begint te wringen. Dat merken ook Google en Apple. Nu telefoons natuurlijke taal beter oppikken en lastigere opdrachten aankunnen, komt zowel Android van Google als iOS van Apple onder druk te staan. We gebruiken onze telefoon nog steeds via apps, icoontjes en handmatig heen en weer schakelen tussen allerlei diensten. Maar zodra een toestel steeds vaker zelf dingen moet afhandelen, dringt de vraag zich op of dat model nog wel past. Dat is intussen geen gedachte-experiment meer. Als de marktverwachtingen uitkomen, zijn smartphones met generatieve functies in 2026 goed voor zo’n 45% van de wereldwijde leveringen; in 2027 zou dat oplopen naar 52%. Morgen ligt er heus niet ineens een compleet nieuw mobiel platform klaar. Wel wordt steeds zichtbaarder dat het huidige systeem onder spanning komt te staan.
Juist daarom is het interessant om te kijken hoe snel die basis nu echt begint te schuiven.
Als die verschuiving doorzet, van een mobiel platform dat om apps draait naar een platform dat uitgaat van intentie, dan ziet dat er ongeveer zo uit:
- appgerichte basis. De mobiele besturingssystemen van nu zijn gebouwd rond losse apps. Je opent er één, doet wat nodig is en gaat daarna terug naar het beginscherm.
- grenzen van tikken en swipen. Zolang tikken en swipen centraal staan, werkt dat prima. Maar vraag je telefoon: “Plan mijn reis, geef door dat ik vertraging heb en zet de documenten klaar voor de afspraak”, dan voelt die opzet meteen een stuk minder logisch.
- regie op basis van intentie. Veel experts zien de volgende stap als een besturingssysteem dat jouw bedoeling als uitgangspunt neemt. Niet de app staat dan voorop, maar het doel dat je wilt bereiken.
- coördinatie op de achtergrond. Daarvoor moet de software zelf snappen welke diensten nodig zijn en op de achtergrond acties combineren, zodat jij niet meer heen en weer hoeft te springen tussen agenda, kaarten, berichten en betaalapps.
- Gemini in Android. Google schuift Gemini in Android steeds nadrukkelijker naar voren als assistent die gesprekken beter begrijpt en rekening houdt met context.
- Apple Intelligence in iOS. Apple pakt het anders aan. Met Apple Intelligence kiest het bedrijf in iOS juist voor diepe integratie in bestaande apps, met veel nadruk op verwerking op het toestel zelf en op privacy.
- verbouwing van bestaande ecosystemen. Dat laat ook zien dat de grote spelers voorlopig geen volledig nieuw mobiel platform optuigen, maar hun bestaande systemen stap voor stap verbouwen. Intussen blijft de vraag hangen of een appgerichte basis op de lange termijn soepel genoeg blijft voor een telefoon die steeds zelfstandiger taken uitvoert.
- HarmonyOS 7. Huawei zet HarmonyOS 7 in de markt als een systeem met een architectuur die geschikt is voor agents, plus een model waarin intenties als dienst worden afgehandeld. Daardoor kunnen softwarelagen zelfstandig acties over meerdere apps en diensten coördineren.
- een appvrije ervaring. Dat past in het bredere beeld van een mogelijke smartphone-ervaring zonder de klassieke appaanpak, waarbij het beginscherm minder belangrijk wordt en jij vooral nog aangeeft wat je gedaan wilt hebben.
- Neural Processing Units. Speciale Neural Processing Units, NPU’s dus, duiken steeds vaker op in mobiele chips. Die processors maken snellere verwerking mogelijk, houden privacy beter beschermd en laten meer toe zonder internetverbinding. Daardoor is een diepere integratie van slimme functies op systeemniveau ineens veel realistischer dan een paar jaar geleden.
- AI-functies in het dagelijks gebruik. Voor consumenten klinkt dit ook al minder futuristisch dan het misschien lijkt, simpelweg omdat veel mensen zulke functies dagelijks gebruiken voor oproepscreening, autocorrectie en slimme meldingen, vaak zonder daar echt bij stil te staan.
- gebruik op Galaxy-toestellen. Samsung zegt dat ongeveer 80% van de Galaxy-gebruikers deze mogelijkheden al heeft geprobeerd. Meer dan twee derde gebruikt ze geregeld.
- duidelijke afwegingen. Apple’s aanpak op het toestel zelf geldt meestal als veiliger, maar kan trager zijn en blijft vaak beperkt tot nieuwere hardware. Google kiest vaker voor een meer cloudgerichte benadering. Die is doorgaans krachtiger, maar roept ook meer vragen op over data en privacy.
- nog weinig onafhankelijk onderzoek. Ondertussen is er nog altijd maar weinig onafhankelijk gebruikersonderzoek naar de vraag hoeveel meerwaarde dit in het dagelijks leven nu werkelijk heeft.
Hoe dan ook, een smartphone-ervaring met minder nadruk op apps komt steeds dichterbij, ook al is nog allerminst duidelijk welk platform daar uiteindelijk het best voor is ingericht.
De grote vraag voor de komende jaren is waarschijnlijk dus niet eens welke assistent het slimst is, maar welk besturingssysteem opnieuw durft vast te leggen wat een smartphone eigenlijk hoort te zijn.