Apple heeft, afgaande op recente berichtgeving, ooit veel ambitieuzere versies van de Mac Pro verkend dan wat er uiteindelijk in de winkels belandde. Intern zou het zijn gegaan om zogeheten Extreme-chips, bedoeld om de workstation een flinke stap vooruit te geven. Die plannen zijn later alsnog van tafel gegaan.
Dat laat vooral zien hoe ongemakkelijk de plek van de Mac Pro in het Apple Silicon-tijdperk is geworden. Het apparaat is technisch indrukwekkend, maar mikte altijd al op een kleine groep kopers, en zodra de ontwikkelkosten te hoog worden is zo’n model lastig te verdedigen.
Volgens diezelfde berichtgeving werkte Apple aan Mac Pro-configuraties met eerst een M2 Extreme en later een M3 Extreme. Die chips zouden ruwweg twee keer zo krachtig zijn geweest als de Ultra-varianten, omdat Apple daarbij niet twee maar vier Max-chips in één behuizing zou samenbrengen. Daarmee was het bedrijf een stuk verder gegaan dan de M2 Ultra die uiteindelijk in de Mac Pro van 2023 terechtkwam.
Daardoor bleef die machine veel dichter tegen de Mac Studio aan zitten dan veel professionele gebruikers hadden gehoopt. In de praktijk kwam de Mac Pro vooral neer op dezelfde rekenkracht in een grotere kast, met PCIe-uitbreiding als voornaamste extra. Daar draaide de kritiek dan ook om: het model met M2 Ultra was flink duurder dan een vergelijkbaar uitgeruste Mac Studio, terwijl de prestaties voor het grootste deel gelijk opliepen.
Voor veel kopers kwam het dus neer op een simpele vraag: waarom zou je duizenden euro’s extra neerleggen als de echte meerwaarde vooral uit PCIe-slots bestaat?
De voornaamste reden om die extreme Mac Pro-plannen te schrappen lijkt, als de berichtgeving klopt, zakelijk van aard. Zulke ingewikkelde chips kosten veel geld om te ontwikkelen en te produceren, terwijl de markt voor een peperdure high-end desktop klein blijft. De Mac Pro bedient al jaren een niche binnen de professionele markt, en Apple geeft geen losse verkoopcijfers voor dat model vrij. De exacte vraag is daardoor lastig vast te pinnen, maar binnen de sector geldt die al langer als beperkt.
En dat maakt een nog exclusievere variant alleen maar moeilijker rond te rekenen. Zeker nu veel creatieve professionals prima uit de voeten kunnen met een Mac Studio, wordt het steeds lastiger om een nóg duurdere Mac Pro overtuigend in de markt te zetten. Voor sommige workflows doet dat verschil er trouwens nog steeds toe. Gebruikers in bijvoorbeeld visual effects, audio en andere gespecialiseerde productieomgevingen hebben vaker laten merken teleurgesteld te zijn over het verdwijnen van klassieke Mac Pro-voordelen, zoals ruimere hardware-uitbreiding en ondersteuning voor krachtige externe gpu-oplossingen van derden.
Intussen wijst alles erop, opnieuw op basis van recente berichtgeving, dat Apple de Mac Studio ziet als zijn voornaamste desktop voor professionele gebruikers. Toekomstige modellen zouden volgens geruchten wederom een Ultra-chip krijgen, en in diezelfde geruchtenmolen valt inmiddels ook de naam van een M5 Ultra-generatie. Verder doken in de berichtgeving namen op van andere geannuleerde projecten, waaronder een Intel-gebaseerde Mac Pro met codenaam J170 en een later geschrapte J190, die vermoedelijk een M3 Ultra zou gebruiken en begin 2025 had kunnen verschijnen.
Per saldo lijkt het beeld vrij helder. Apple heeft voor de Mac Pro wel degelijk groter gedacht, maar komt uiteindelijk uit bij een pragmat ischer koers. Voor de meeste pro-gebruikers lijkt de Mac Studio daarmee voortaan het echte vlaggenschip onder de desktops.