Vanaf 30 juni mogen ontwikkelaars in de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en de Europese Economische Ruimte in de Google Play Store naast Google Play ook hun eigen betaalsysteem aanbieden voor in-app-aankopen. Dat heeft Google zelf bekendgemaakt. Daarmee laat het bedrijf een verplichting los waar al jaren veel kritiek op was: wie een app in de winkel zet, hoeft niet langer verplicht Google Play Billing te gebruiken. Ontwikkelaars mogen gebruikers volgens Google ook doorsturen naar hun eigen website om daar een aankoop af te ronden.
Dat maakt het contact met klanten directer en haalt een deel van de controle over transacties weg bij Google. Aan de voorkant van de Play Store zal de gemiddelde gebruiker daar op korte termijn waarschijnlijk weinig van merken. Maar achter die ogenschijnlijk kleine wijziging zit wel degelijk iets groters.
Volgens Google ziet het nieuwe Play Store-model er zo uit:
- De vergoedingen van Google worden voortaan gesplitst in een servicevergoeding en een aparte billing fee.
- Over de eerste 1 miljoen dollar aan jaaromzet geldt een servicevergoeding van 10%.
- Kom je boven die grens uit, dan betaal je voor de meeste in-app-aankopen 20% bij nieuwe app-installaties en 25% bij bestaande installaties.
- Blijf je Googles eigen betaalsysteem gebruiken, dan komt daar nog een extra billing fee van 5% bovenop.
- Stap je helemaal over op een eigen betaalsysteem, dan vervalt die extra 5%. Op papier geeft dat meer ruimte om je marges op te krikken of je prijzen iets scherper neer te zetten, al pakt dat in de praktijk per app en per verdienmodel heel verschillend uit.
- Daarnaast zijn er extra programma’s, zoals Games Level Up en Apps Experience. Wie aan bepaalde kwaliteitscriteria voldoet, kan mogelijk in aanmerking komen voor lagere servicevergoedingen.
Voor Google is dit een duidelijke draai. Jarenlang hield het bedrijf vol dat een gesloten betaalsysteem nodig was voor veiligheid, gebruiksgemak en vertrouwen binnen de Play Store. Ontwikkelaars keken daar heel anders naar en klaagden juist dat Google zo te veel macht naar zich toetrok en te hoge commissies rekende. Epic Games heeft die discussie nog verder op de spits gedreven met zijn juridische strijd tegen zowel Google als Apple.
De druk kwam intussen ook uit politieke hoek, onder meer door Europese regelgeving. De Digital Markets Act, de DMA, beperkt de ruimte voor grote platforms om hun eigen voorwaarden eenzijdig op te leggen. Daar bovenop kwamen eerdere rechterlijke uitspraken waarin werd gesteld dat Googles praktijken rond de appwinkel monopolistische trekken hadden.
Voor veel appmakers zit de grootste winst dus niet eens per se in een spectaculaire kostenverlaging, maar in iets anders: meer speelruimte. Ze kunnen zelf een betaalpartner kiezen, klantgegevens in eigen hand houden en gebruikers directer naar hun eigen aanbod sturen. Tegelijk is het financiële voordeel lang niet voor iedereen even groot. Vooral grotere ontwikkelaars die toch bij Googles betaalsysteem blijven, krijgen nog steeds met flinke servicekosten te maken.
Analisten denken daarom dat vooral bedrijven met een sterk eigen platform of een grote abonnemententak het meeste uit deze nieuwe regels kunnen halen. Intussen schuift Google dit model ook naar andere markten door: Australië volgt op 30 september 2026, en Japan en Zuid-Korea komen tegen het einde van 2026 aan de beurt, aldus Google. Een bredere wereldwijde uitrol staat volgens het bedrijf gepland voor september 2027.
Achter de schermen is dit dan ook een serieuze machtsverschuiving. Ontwikkelaars krijgen meer controle, en Google doet een opvallende stap terug bij een van de winstgevendste regels van zijn appwinkel.