Masayoshi Son, de topman van SoftBank, zei dat de wereld tegen 2040 jaarlijks zo’n 5 biljoen dollar zal moeten uitgeven om de volgende generatie kunstmatige intelligentie op te bouwen. Omgerekend is dat ongeveer 800 biljoen yen per jaar. Son noemt dat bedrag niet buitensporig, maar juist een logisch gevolg van een toekomst waarin AI een groot deel van de wereldeconomie aandrijft. Daarmee schuift hij ook de angst opzij dat de huidige investeringsgolf vooral door hype wordt gevoed.
Volg je zijn redenering, dan is dat bedrag economisch te verdedigen. Als AI in 2040 goed is voor 20 procent van het mondiale bruto binnenlands product, dan vormt 5 biljoen dollar per jaar volgens Son maar een bescheiden deel van die latere opbrengst. Hij kijkt dus niet naar de markt van nu, maar naar een wereld waarin slimme software, autonome besluitvorming en digitale assistenten in bijna elke sector zijn ingebakken.
Vanuit dat perspectief zijn de bedragen die nu rondgaan geen roekeloze sprong, maar eerder een voorinvestering. Son noemde het idee van een zeepbel dan ook ronduit absurd, een positie die hij al langer inneemt, aldus SoftBank.
SoftBank zet die visie zelf ook om in investeringen, en wijst daarbij op:
- OpenAI. De totale investering van SoftBank in OpenAI komt naar verwachting vóór het einde van 2026 uit boven de 60 miljard dollar.
- overbruggingslening. Een deel daarvan wordt gefinancierd via een overbruggingslening van 40 miljard dollar, verstrekt door een syndicaat van banken.
- datacenters en robotica. Juist die twee domeinen zijn volgens Son onmisbaar om de volgende fase mogelijk te maken. Daarmee positioneert SoftBank zich als een van de opvallendste, en ook riskantste, spelers op deze toekomstige markt.
- kosten buiten chips. Volgens Son draait het niet alleen om chips, maar net zo goed om cloudgebruik, opslag, het hertrainen van modellen en de voorbereiding van data.
- stroomverbruik. SoftBank zegt dat AI-datacenters in 2040 ongeveer 3 terawatt aan opwekkingscapaciteit nodig zullen hebben. Son noemt dat 1,8 keer het huidige wereldwijde stroomverbruik.
- gas en kernfusie. In de eerste fase zal daarvoor waarschijnlijk veel gas nodig zijn, denkt Son, in elk geval totdat kernfusie commercieel haalbaar wordt.
- ecologische prijs. Onderzoekers waarschuwen al langer dat datacenters enorme hoeveelheden elektriciteit en water verbruiken en tegen 2030 bijna 3 procent van het wereldwijde stroomverbruik kunnen opslokken.
Son schetste daarnaast een toekomstbeeld waarin er in 2040 zo’n 100 biljoen autonome agenten bestaan die zelfstandig communiceren en beslissingen nemen. In zijn ogen verschuift de wereld daarmee van mensgericht naar agentgestuurd.
Dat beeld past in een bredere wereldwijde wedloop. Overheden en techbedrijven in de VS, Europa, India en andere regio’s trekken samen al honderden miljarden uit voor infrastructuur. Toch zijn analisten er allerminst uit. Sommigen zien hierin het begin van een nieuwe industriële revolutie. Anderen vrezen juist dat de opbrengsten achterblijven bij de kosten, en wijzen op sociale, ethische en geopolitieke risico’s.