LG schakelt McAfee-pop-ups op Windows-pc’s per direct uit

LG zet de omstreden McAfee-pop-up op Windows-pc’s per direct uit nadat Microsoft het bedrijf daarop heeft aangesproken. Dat bevestigde Microsofts Windows-chef Pavan Davuluri. De melding verscheen bij sommige gebruikers zodra zij een LG-monitor op hun pc aansloten. De weg ernaartoe was nogal bijzonder: Windows installeerde in bepaalde gevallen automatisch LG’s Monitor App Installer via apparaatmetadata en Windows Update, zonder dat gebruikers eerst een duidelijke toestemmingsvraag kregen. Daarover berichtte Gamers Nexus, en ook Microsoft en LG hebben daar verklaringen over afgelegd.

Precies die stille installatieroute ligt nu onder vuur. Volgens Gamers Nexus kwam LG’s Monitor App Installer in sommige gevallen automatisch mee via de keten van apparaatmetadata en Windows Update, terwijl je vooraf geen heldere keuze te zien kreeg. Daar zit nu de kern van de kritiek.

Die kritiek draait om een paar concrete punten:

  • Een recente update van LG’s Monitor App Installer voegde McAfee toe als ‘extra app’, meldde Gamers Nexus. Dat betekende niet automatisch dat McAfee meteen volledig werd geïnstalleerd, maar gebruikers kregen wel een opvallende pop-up te zien die een proefabonnement van 30 dagen aanprees.
  • Op Reddit en X meldden meerdere gebruikers dat die advertentie zomaar op hun scherm verscheen. In sommige gevallen kwam de melding bij elke systeemstart terug.
  • Na berichtgeving van Gamers Nexus en de discussies op Reddit en X kreeg de zaak snel bredere aandacht. Ook Epic Games-topman Tim Sweeney bemoeide zich ermee en tagde Pavan Davuluri, Microsofts Windows-chef.
  • Davuluri bevestigde later dat Microsoft contact had opgenomen met LG. LG stemde er vervolgens mee in om de McAfee-pop-up als directe maatregel uit te schakelen.

LG zegt dat McAfee nooit zonder expliciete toestemming wordt geïnstalleerd. Het bedrijf wees daarbij, aldus LG, ook naar Microsofts distributiemechanisme als verklaring voor de manier waarop LG’s eigen software op systemen terechtkomt. Maar daarmee is het verhaal niet af. Gebruikers kregen immers al een advertentie voorgeschoteld terwijl zij vooraf geen duidelijke keuze hadden gehad om LG’s begeleidende software überhaupt te laten installeren.

Voor veel mensen voelde dat in de praktijk dan ook gewoon als ongewenste reclame die via een Windows-functie op hun pc belandde. Dat de McAfee-melding nu verdwijnt, lost bovendien niet het grotere probleem op. Windows biedt hardwarefabrikanten nog altijd een mechanisme om begeleidende apps automatisch mee te leveren zodra een apparaat wordt aangesloten. Die route blijft dus bestaan, ook voor andere fabrikanten die extra software, aanbiedingen of promoties willen pushen.

Dat sluit aan op een veel oudere klacht over bloatware en adware binnen het Windows-ecosysteem. Andere merken hebben eerder vergelijkbare routes gebruikt, Razer met Synapse bijvoorbeeld. Wat ooit bedoeld was als handige ondersteuning voor drivers en apparaten, kan zo vrij makkelijk veranderen in een kanaal voor marketingsoftware.

Daar komt nog iets bij. Volgens Gamers Nexus vroeg de geïnstalleerde LG-app om tamelijk brede machtigingen, waaronder toegang tot systeembronnen en gebruikersdata. Juist omdat die software stil werd geïnstalleerd, wegen de privacy- en beveiligingszorgen hier zwaarder.

Intussen staan er nog flink wat vragen open. Het is nog niet duidelijk hoeveel gebruikers en monitor-modellen precies zijn geraakt, of het probleem buiten Engelstalige markten net zo vaak voorkwam, welke zakelijke afspraak er tussen LG en McAfee lag, en of Microsoft op langere termijn het Windows-beleid wil aanpassen om dit soort situaties te voorkomen. Voor nu is de directe schade beperkt doordat de pop-up is uitgeschakeld. De grotere boodschap is minder geruststellend: Windows heeft nog steeds een open deur voor ongewenste extra’s zodra je nieuwe hardware aansluit.

NOAA’s GeoXO uitgekleed: VS schrapt sensor voor natuurbrandrook

De Amerikaanse regering heeft het geplande GeoXO-satellietprogramma van de National Oceanic and Atmospheric Administration (NOAA) in 2025 stevig teruggesnoeid. Een van de opvallendste ingrepen is het schrappen van de sensor GeoXO Atmospheric Composition (ACX), juist het instrument dat bedoeld was om luchtvervuiling en rook van natuurbranden boven Noord-Amerika bijna realtime te volgen.

Wetenschappers en gezondheidsexperts zien dat niet als een gewone technische bezuiniging. Het raakt rechtstreeks aan de informatie die mensen krijgen over blootstelling aan rook, op een moment waarop grote branden en rookpluimen die lang blijven hangen alleen maar vaker voorkomen.

Volgens NOAA ziet de herziening van GeoXO er zo uit:

  • nog maar vier satellieten, waar er eerst zes gepland waren. Het programma valt daarmee duidelijk kleiner uit dan oorspronkelijk de bedoeling was.
  • meerdere instrumenten verdwijnen, waaronder GeoXO Atmospheric Composition (ACX). Dat systeem was juist ontwikkeld om ozon, stikstofdioxide, fijnstof en rook van natuurbranden boven Noord-Amerika in hoge resolutie te volgen.
  • doorlopende metingen vanuit een geostationaire baan. NOAA stelt dat die opzet snellere en lokaler bruikbare updates oplevert dan veel huidige systemen. Voor gebieden die vaak met rook te maken hebben, maakt dat uit: mensen kunnen dan beter inschatten wanneer het veilig is om naar buiten te gaan, ramen open te zetten of kinderen te laten sporten.
  • een gemiste kans voor de volksgezondheid. Experts zeggen dat GeoXO Atmospheric Composition locatiespecifieke data had kunnen leveren die luchtkwaliteitswaarschuwingen tijdens natuurbranden merkbaar beter zouden maken. Susan Anenberg van George Washington University schatte de maatschappelijke en gezondheidswinst van die rookmonitoring op ongeveer 13 miljard dollar per jaar. En nu rook van branden zich steeds vaker over enorme afstanden verplaatst, is snelle en nauwkeurige informatie niet alleen nuttig, maar voor kwetsbare groepen soms gewoon van levensbelang.
  • volgens het Witte Huis levert dit een kostenbesparing op, maar wetenschappers noemen dat een valse tegenstelling. De regering wil GeoXO goedkoper maken en de aandacht weer leggen op ‘core weather’, dus de kerntaak van weersvoorspelling. Breder milieu- en klimaattoezicht schuift daardoor naar de achtergrond. Meteorologen en atmosferische wetenschappers vinden dat misleidend, omdat langdurige metingen van luchtkwaliteit, aerosolen en de samenstelling van de atmosfeer juist helpen om weersmodellen beter te maken. Minder milieudata kan dus ook de kwaliteit van weersverwachtingen aantasten, los van het verlies aan Amerikaanse wetenschappelijke kennis en infrastructuur.

In het Congres is ondertussen verzet te zien vanuit beide partijen. De House Appropriations Committee heeft, volgens de House Appropriations Committee, geprobeerd de financiering te herstellen en de geavanceerde beeld- en meetcapaciteiten van GeoXO overeind te houden.

Er zijn intussen wel alternatieven. Denk aan commerciële projecten zoals FireSat, Europese systemen zoals Copernicus en databronnen als NASA/USDA FIRMS. Alleen blijkt uit de berichtgeving niet dat die samen volledig kunnen opvangen wat GeoXO Atmospheric Composition voor Noord-Amerika had moeten doen, zeker niet als het gaat om consistente, fijnmazige en bijna realtime monitoring vanuit geostationaire baan.

Wat nu als een besparing wordt verkocht, kan later een veel hogere prijs hebben: meer gezondheidskosten, zwakkere waarschuwingen en minder zicht op een probleem dat alleen maar groter wordt.

Witte Huis wil nu garantie: datacenters niet ten koste van huishoudens

Het Witte Huis werkt, als we uitgaan van het oorspronkelijke bericht, aan een bijeenkomst die binnen enkele weken moet plaatsvinden. Aan tafel: elektriciteitsbedrijven, ontwikkelaars van datacenters en gouverneurs uit staten waar veel datacenters staan. Het doel is vrij concreet. Washington wil een openbare toezegging loskrijgen dat de extra kosten voor stroom, netverzwaring en nieuwe opwek niet worden afgewenteld op huishoudens.

Daarmee trekt de regering een initiatief breder dat eerder vooral op grote techbedrijven mikte. De politieke boodschap laat zich makkelijk lezen: de energievraag van nieuwe rekenclusters schiet omhoog, en Washington wil voorkomen dat consumenten straks alsnog met de rekening blijven zitten.

De bijeenkomst draait om een paar duidelijke punten:

  • een publieke belofte over stroomkosten. Elektriciteitsbedrijven en datacenterontwikkelaars zouden moeten toezeggen dat extra kosten voor stroom, netverzwaring en nieuwe opwek niet op het bord van huishoudens belanden.
  • een bredere versie van de vrijwillige Ratepayer Protection Pledge. Die vrijwillige belofte was, volgens het oorspronkelijke bericht, in maart 2026 al ondertekend door Amazon, Google, Meta, Microsoft, OpenAI, Oracle en xAI.
  • zelf opdraaien voor extra capaciteit. Die bedrijven beloofden toen, zo stond in het oorspronkelijke bericht, dat ze zelf zouden betalen voor de extra productiecapaciteit en de netinvesteringen die hun datacenters nodig hebben, ook voor gereserveerde capaciteit die later ongebruikt blijft.
  • de rol van nutsbedrijven en toezichthouders. In de VS stellen nutsbedrijven volgens het oorspronkelijke bericht zelf tarieven voor, waarna toezichthouders op staatsniveau daar nog hun goedkeuring over moeten geven.
  • de rol van gouverneurs. Precies daarom valt op dat het Witte Huis nu ook gouverneurs wil uitnodigen, omdat zij in veel staten de toezichthouders benoemen of invloed hebben op de mensen die dit soort dossiers beoordelen.
  • de beperkte juridische waarde. Kijk je naar de reikwijdte, dan blijft zo’n akkoord beperkt: het Witte Huis heeft geen directe zeggenschap over de Amerikaanse elektriciteitsmarkten, en een nieuwe belofte van nutsbedrijven zou juridisch niet bindend zijn.

Wie welke kosten uiteindelijk draagt, wordt nog steeds beslist in formele tariefprocedures op staatsniveau, niet met handtekeningen in Washington. Dat maakt die komende bijeenkomst vooral politiek zwaarwegend.

De regering kan partijen wel publiekelijk vastpinnen op wat ze beloven, maar voor de stroomrekening van mensen thuis telt aan het eind vooral wat toezichthouders later in die tariefprocedures goedkeuren. En de druk loopt intussen snel op.

Volgens het oorspronkelijke bericht zal het stroomverbruik van datacenters wereldwijd richting 2030 naar verwachting meer dan verdubbelen, vooral door de opmars van steeds zwaardere rekenlasten. In de VS zou het aandeel van datacenters in het totale elektriciteitsverbruik kunnen stijgen van 4,4 procent in 2023 naar mogelijk 12 procent in 2028. Om die groei op te vangen, plannen Amerikaanse nutsbedrijven volgens datzelfde bericht tegen 2030 ongeveer 1,4 biljoen aan investeringen.

Consumentenorganisaties en toezichthouders waarschuwen daar al langer voor, aldus het oorspronkelijke bericht. Hun punt is simpel: als de kostenverdeling niet strakker wordt geregeld, kan een flink deel via hogere tarieven alsnog bij huishoudens terechtkomen. En de gevolgen zijn inmiddels ook niet meer louter iets voor later.

Zo meldde het oorspronkelijke bericht dat fabrikanten in de Rust Belt al te maken hebben met stevige stijgingen van capaciteitskosten, doordat datacenters om dezelfde stroomreserves concurreren. De druk raakt dus niet alleen gezinnen, maar ook industrieën die afhankelijk zijn van stabiele en voorspelbare energiekosten.

Geen wonder dus dat de politieke aandacht zich snel verbreedt. Verschillende staten kijken, volgens het oorspronkelijke bericht, naar speciale tarieven en extra transparantieregels voor grootverbruikers van stroom. Daarnaast heeft het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden wetgeving voorgesteld die datacenterexploitanten explicieter hun eigen energiekosten moet laten dragen, in plaats van alleen te leunen op vrijwillige beloften.

Microsoft Teams krijgt straks automatische check-in op kantoor: handig, maar gevoelig

Vanaf juni 2026 rolt Microsoft Workspace Check-in uit in Microsoft Teams voor organisaties met hybride werkvormen. Microsoft zegt dat de functie automatisch kan herkennen in welk kantoorgebouw je werkt. Die mogelijkheid hing al een tijd in de lucht en zou volgens eerdere berichtgeving sinds eind 2025 meerdere keren zijn uitgesteld. Microsoft zet Workspace Check-in neer als een handig hulpmiddel voor hybride teams, maar de aankondiging leidt meteen tot discussie. Critici vrezen dat een praktische aanwezigheidsfunctie op de werkvloer al snel kan veranderen in een extra manier voor werkgevers om personeel nauwkeuriger te volgen.

Met deze uitrol bouwt Microsoft volgens eigen zeggen voort op de handmatige check-inopties die al in Teams zaten. De update voegt daar het volgende aan toe:

Microsoft Teams Downloaden
  • je werklocatie kan automatisch worden aangepast naar een specifiek kantoor of gebouw zodra je verbinding maakt met het wifi-netwerk van het bedrijf;
  • een beheerder moet de functie eerst inschakelen, want standaard staat ze uit;
  • eindgebruikers kunnen zelf kiezen of ze hun locatiegegevens delen of niet;
  • het verschil tussen thuiswerken en op kantoor werken wordt zichtbaar, zodat collega’s sneller zien wie waar zit en vergaderingen of spontaan overleg makkelijker te plannen zijn;
  • de functie past in Microsofts bredere Teams-strategie, nu hybride werken voor veel organisaties de standaard is;
  • Teams laat meer zien dan alleen “thuis” of “op kantoor”, omdat ook een concreet gebouw in beeld kan komen, en precies daar begint voor veel mensen de gevoeligheid;
  • er wordt geen historische locatiegeschiedenis bijgehouden; volgens Microsoft verdwijnt de zichtbare werkplekstatus weer aan het einde van je ingestelde werktijden;
  • op papier krijgen gebruikers hiermee meer controle dan bij klassieke monitoringsoftware, die activiteit vaak langdurig vastlegt.

Toch draait alles om de vraag hoeveel die keuzevrijheid in de praktijk echt voorstelt. In organisaties met een streng return-to-officebeleid, meestal afgekort tot RTO, kunnen medewerkers druk voelen om alsnog toestemming te geven, ook als een opt-out technisch gewoon mogelijk blijft. RTO betekent simpel gezegd dat werknemers vaker terug naar kantoor moeten.

Ook de timing springt in het oog. Begin 2026 werkte 52% van de Amerikaanse werknemers met een functie die op afstand kan worden gedaan in een hybride model. Tegelijkertijd werd meer dan 73% van de werknemers die remote of hybride werken al op een of andere manier gemonitord door hun werkgever, volgens eerder gepubliceerde cijfers. Daar zit de bredere spanning. Veel werkgevers verwachten dat monitoring de productiviteit verhoogt en de planning strakker maakt. Werknemers koppelen datzelfde toezicht juist aan meer stress, minder vertrouwen en het gevoel dat er voortdurend wordt meegekeken.

Workspace Check-in komt precies op dat snijvlak terecht: handig voor afstemming, ongemakkelijk zodra het als controle begint te voelen. Voor Microsoft is dit trouwens niet de eerste werkplekfunctie die privacyvragen oproept. In 2020 moest het bedrijf Productivity Score aanpassen nadat er kritiek was gekomen op het tonen van individuele gebruikersdata.

Die voorgeschiedenis zegt genoeg. Zakelijke klanten staan best open voor nieuwe inzichten, maar niet tegen elke prijs. Concurrenten hebben inmiddels ook manieren om aanwezigheid of werkplekken te delen, al gebeurt dat vaak minder automatisch of met minder precisie. De komende tijd krijgt deze uitrol waarschijnlijk alleen maar meer aandacht, naarmate meer organisaties de functie inschakelen. Juist omdat de grens tussen coördinatie en toezicht in moderne kantoorsoftware steeds dunner wordt.

iPhone: betere vuurwerkfoto’s met deze instellingen

Met de juiste camera-instellingen kunnen Apple iPhone-gebruikers tijdens de volgende vuurwerkshow gewoon prima vuurwerkfoto’s maken. Volgens de eigen redactie wordt inmiddels ruim 92% van alle foto’s met smartphones geschoten, en de camera’s van recente iPhones zijn bij weinig licht een stuk beter geworden.

Daardoor heb je niet per se een losse camera of een dure lens nodig om goede vuurwerkfoto’s te maken. Werk je nog met een oudere iPhone of met een verouderde camera-app, dan kan updaten zeker verschil maken. Toch zit de grootste winst nog steeds in het goed instellen van je camera.

Wil je vuurwerk scherp en vol kleur vastleggen, let dan vooral op deze instellingen:

  • flitser uit. Op grote afstand doet de flitser van een Apple iPhone niets voor het vuurwerk zelf, en in het slechtste geval levert hij alleen storende reflecties op.
  • HDR uit. High Dynamic Range, oftewel HDR, kan in snelle nachtscènes met veel contrast juist voor een onnatuurlijke belichting zorgen, of extra bewegingsonscherpte geven.
  • lagere belichting. Vuurwerk is extreem fel tegen een donkere lucht, waardoor de Apple iPhone al snel te veel licht meepakt. Tik daarom eerst op het scherm om scherp te stellen en veeg daarna omlaag over het zonnetje om de belichting iets terug te brengen. Zo voorkom je dat lichtsporen uitbijten en details verdwijnen.
  • Burst Mode. Als je in Burst Mode meerdere beelden snel achter elkaar maakt, wordt de kans veel groter dat je precies het piekmoment van een explosie raakt.
  • Live Photos. Met Live Photos van Apple kun je achteraf het beste beeld uitkiezen, of in de Foto’s-app van Apple een langbelichtingseffect toepassen voor extra spectaculaire lichtstrepen.
  • extra stabiliteit. Apple iPhones hebben veel softwarematige beeldstabilisatie, maar een vaste ondergrond helpt nog altijd enorm. Een statief is ideaal, maar een muurtje, reling of bankje werkt ook prima. Vooral als je Live Photos of video gebruikt, zie je dan merkbaar scherpere resultaten.
  • geen digitale zoom. Digitale zoom kost detail en gaat ten koste van de beeldkwaliteit. Het is slimmer om iets wijder te fotograferen en later bij te snijden.
  • compositie met omgeving. Alleen een vuurwerkexplosie tegen een zwarte lucht oogt al snel vlak. Een skyline, brug, monument of de silhouetten van mensen geven juist schaal, context en meer sfeer.
  • gespecialiseerde camera-apps. Slow Shutter Cam en Spectre Camera zijn populair omdat ze sterkere lange-belichtingseffecten kunnen maken dan de standaard Camera-app van Apple. Daardoor ogen vuurwerksporen vloeiender en een stuk dramatischer.
  • subtiele nabewerking. Apps als Adobe Lightroom voor Mobile, VSCO en Snapseed helpen om contrast, kleur, hooglichten en scherpte te verbeteren, zonder dat het beeld er onnatuurlijk uit gaat zien.

De kern is simpel: verlaag de belichting, zet flitser en HDR uit, gebruik Burst Mode of Live Photos en zorg voor zoveel mogelijk stabiliteit. Met die combinatie is een Apple iPhone tijdens de volgende vuurwerkshow allang geen noodoplossing meer, maar juist een verrassend sterke manier om mooie beelden te maken.

Google test vanaf vandaag Android-back-ups per app: meer controle over je clouddata

In de nieuwste Android-bèta kunnen testers vanaf vandaag per app aangeven wat wel en niet naar de cloud mag. Google rolt die functie voorlopig maar voor een beperkte groep uit, maar het nieuws is wel meteen relevant. Het bedrijf lijkt daarmee eindelijk afstand te nemen van het alles-of-nietsmodel waar Android al jaren aan vastzit.

Google Drive Downloaden

Android-gebruikers mopperen al langer over back-up en herstel. Vergeleken met Apple’s iCloud voelt het op Android vaak minder voorspelbaar en ook minder compleet, dus meer zeggenschap over wat je bewaart is voor veel mensen gewoon een goede eerste stap. En ja, dit is een update die de moeite waard is.

Volgens Google zit er in de nieuwe Android-bèta het volgende:

  • Back-ups krijgen per app een eigen schakelaar. Nu worden ondersteunde apps normaal gesproken automatisch meegenomen, maar testers kunnen apps straks één voor één aan- of uitzetten. Voor het eerst heb je daarmee echt fijnmazige controle over welke appdata in de cloud terechtkomt.
  • Het back-upsysteem slaat ook een andere richting in. In de bestaande Android-aanpak was vaak amper zichtbaar welke appgegevens precies werden opgeslagen, en als je een app buiten de back-up wilde houden, was daar meestal geen nette ingebouwde optie voor.
  • Vooral bij gevoelige of tijdelijke apps is dat handiger. Denk aan apps met privacygevoelige informatie, tijdelijke installaties, games die veel data opslaan, of diensten die je toch zo weer opnieuw instelt.
  • Auto Backup for Apps bestaat al sinds Android 6.0. Op toestellen met Android 6.0 of nieuwer wordt appdata volgens Google al jaren automatisch opgeslagen in een privémap in Google Drive, met een maximum van 25 MB per app voor die back-up.
  • Het gaat ook niet ten koste van je eigen Drive-opslag. Google zegt dat deze appback-ups niet meetellen voor de opslaglimiet van je persoonlijke Google Drive-account. De winst van die nieuwe per-appoptie zit dus minder in ruimte besparen en veel meer in controle, privacy en voorkomen dat overbodige gegevens überhaupt in de cloud belanden.
  • Nieuwere toestellen krijgen extra beveiliging mee. Het gaat om end-to-endversleuteling, E2EE dus. Volgens Google wordt back-updata op apparaten met Android 9 of later versleuteld met hulp van de schermvergrendeling van je toestel. Op oudere apparaten, of als die extra versleuteling niet aanstaat, kan Google de encryptiesleutels nog wel beheren.

Daar blijft het niet bij. Android krijgt binnenkort mogelijk ook back-ups van de map Downloads, en er zijn nu al signalen dat herstellen op nieuwere Google Pixel-toestellen soepeler gaat dan voorheen.

De eerste reacties zijn grotendeels positief. In techmedia wordt de functie omschreven als laat, maar logisch, en onder gebruikers klinkt voorzichtig optimisme door. Tegelijk liggen er nog genoeg vragen op tafel zolang dit in bèta zit. Google heeft nog altijd niet gezegd hoeveel mensen ermee testen, hoeveel opslag of dataverkeer het in de praktijk scheelt, en wat dit betekent voor ontwikkelaars of voor gebruikers in opkomende markten.

Maar de richting is helder. Meer keuze over wat Android bewaart voelt niet als een luxe extra, eerder als iets dat er jaren geleden al had moeten zijn.