Nieuw onderzoek van onder meer RAND en Pew Research Center laat zien dat chatbots in 2026 steeds vaker worden ingezet als snelle mentale reset, bij stress, verdriet, frustratie of een moeilijk gesprek dat elk moment kan ontsporen. digitale gesprekspartners schuiven daarmee in hoog tempo op van productiviteitshulpje naar een vorm van emotionele steun, vooral bij jongeren. De American Psychological Association, de Amerikaanse beroepsvereniging voor psychologen, trekt daar wel een duidelijke grens: dit soort systemen zijn geen vervanging voor echte zorg.
Dat zie je ook terug in recente onderzoeken van onder meer RAND en Pew Research Center:
- volgens een RAND-studie uit juni 2026 gebruikt inmiddels bijna 1 op de 5 Amerikaanse tieners en jongvolwassenen chatbots voor advies over mentale gezondheid. Diezelfde RAND-studie spreekt van een stijging van ruim 40% vergeleken met een jaar eerder.
- uit een peiling van Pew Research Center uit 2026 blijkt dat 10% van de Amerikaanse volwassenen chatbots heeft gebruikt voor emotionele steun.
- waarom dat aanspreekt, is niet ingewikkeld: een chatbot is er altijd, kost vaak weinig of niets, voelt privé en reageert zonder zichtbare afkeuring.
- vooral jongeren zeggen in die onderzoeken dat zo’n gesprek minder ongemakkelijk voelt dan praten met ouders, vrienden of een hulpverlener.
- bij lange wachtlijsten en een geestelijke gezondheidszorg die al zwaar onder druk staat, geeft juist die lage drempel voor veel mensen de doorslag.
Die groei heeft ook te maken met de manier waarop mensen deze tools gebruiken. Meestal niet voor diepe therapie, maar voor kleine, directe ingrepen. Denk aan een prompt die helpt om een situatie anders te formuleren, een boze tekst te herschrijven of eerst de feiten los te trekken van de emoties.
Precies dat soort snelle mentale omschakelingen sluit goed aan op momenten waarop iemand dreigt te escaleren en meteen iets nodig heeft. Ondertussen ontwikkelt de technologie zich razendsnel:
- een marktrapport schat dat de wereldwijde markt voor digitale toepassingen rond mentale gezondheid groeit van 2,1 miljard in 2026 naar 9,1 miljard in 2033.
- nieuwere modellen, plus de nadruk op reacties die empathischer aanvoelen, jagen dat gebruik verder aan.
Deskundigen zien zeker een rol voor chatbots, maar dan vooral als ondersteunend hulpmiddel. De American Psychological Association stelt dat zulke systemen kunnen helpen bij psycho-educatie of bij het oefenen van vaardigheden tussen therapiesessies door. Voor behandeling zelf zijn algemene chatbots volgens de American Psychological Association niet geschikt.
Het wantrouwen is intussen breed aanwezig:
- in een APA-enquête uit 2026 zei 94% van de psychologen dat chatbots de nuance missen die nodig is om mentale aandoeningen goed te behandelen.
- er is ook zorg over te veel vertrouwen in dit soort systemen: gebruikers kunnen afhankelijk worden van snelle digitale bevestiging, terwijl kritisch denken en echt sociaal contact belangrijk blijven.
- in een YouGov-peiling uit mei 2026 zei 43% van de Amerikanen zich grote zorgen te maken dat deze technologie mentale problemen kan verergeren, tegenover 35% een jaar eerder.
- Oregon nam onlangs een wet aan die veiligheidseisen oplegt aan platforms voor virtuele metgezellen, met speciale aandacht voor de manier waarop zulke platforms reageren op gebruikers die gedachten aan zelfbeschadiging uiten.
De richting is helder. Voor veel mensen worden chatbots een snelle, persoonlijke buffer tussen emotie en actie. Hoe handig zo’n kalmerende prompt ook kan zijn, experts blijven hetzelfde zeggen: gebruik het als hulpmiddel, niet als vervanger van menselijke steun of professionele hulp.