Volgens Chinese handelscijfers heeft China in de eerste helft van 2026 voor 177,28 miljard dollar aan geïntegreerde schakelingen uitgevoerd. Vergeleken met een jaar eerder is dat bijna een verdubbeling. Op het eerste gezicht lijkt dat op een indrukwekkende doorbraak van het land op de chipmarkt. Maar wie iets dieper in dezelfde cijfers kijkt, ziet al snel dat het beeld minder simpel is. De export bestond uit ongeveer 179,44 miljard chips, wat betekent dat de totale waarde veel sneller steeg dan het aantal verscheepte exemplaren. Omgerekend komt de gemiddelde exportwaarde daarmee uit op zo’n 1 dollar per chip. Dat wijst eerder op een forse prijseffect dan op louter volumegroei.
Juist dat verschil tussen waarde en volume zegt veel. Uit dezelfde Chinese handelsdata blijkt dat de exportwaarde van geïntegreerde schakelingen eerder in 2026 met 72,6 procent steeg, terwijl het exportvolume bleef steken op 13,7 procent groei. Dan ligt de conclusie nogal voor de hand: prijsstijgingen waren de belangrijkste aanjager van die exportpiek, niet alleen extra productie.
Daarbij speelden vooral geheugenchips een grote rol. Wereldwijd bleef de vraag naar rekenkracht en datacenterhardware hoog, terwijl grote fabrikanten als Samsung, SK hynix en Micron een groter deel van hun productiecapaciteit hebben verschoven naar HBM-geheugen (high-bandwidth memory). Daardoor kwam het aanbod van meer gangbare geheugenchips onder druk te staan, en dat joeg de prijzen omhoog. Voor China werkt dat gunstig door in de handelscijfers. Gaan dezelfde of vergelijkbare chips voor een hogere marktprijs de grens over, dan schiet de exportwaarde omhoog, ook als het aantal stuks lang niet in hetzelfde tempo groeit.
Kijk je naar de gemiddelde exportwaarde per chip, dan ligt het bovendien niet voor de hand dat de uitvoer vooral bestaat uit de meest geavanceerde en duurste halfgeleiders. Waarschijnlijk gaat het voor een belangrijk deel om geheugenchips, power management-IC’s, microcontrollers en andere producten die op oudere procedés worden gemaakt en in enorme aantallen worden verhandeld.
China speelt daarnaast al jaren een grote rol in de zogeheten verwerkingshandel. Chips en componenten worden er verpakt, getest of verwerkt in eindproducten, en gaan daarna opnieuw de grens over. Ook dat kan de exportcijfers flink opstuwen, zonder dat er dus automatisch sprake is van een grote sprong in binnenlandse toptechnologie.
Analisten lezen de sterke stijging daarom vooral als een gevolg van prijsbewegingen en van China’s positie in de mondiale toeleveringsketen, niet als bewijs dat het land plotseling is uitgegroeid tot een dominante exporteur van high-end chips van eigen ontwerp. In dezelfde periode zat ook de bredere elektronicahandel duidelijk in de lift.
Uit diezelfde Chinese handelscijfers blijkt namelijk dat de export van computers en onderdelen, waaronder computers en servers, met 41,3 procent toenam tot ongeveer 138,1 miljard dollar. Alles bij elkaar laten die cijfers zien dat China stevig meelifte op de aanhoudende wereldwijde vraag naar elektronica. Achter de opvallende groei van de chipuitvoer zit vooral een mix van hogere prijzen, gunstige marktomstandigheden en China’s centrale rol in assemblage en doorvoer.