Alles wat je moet weten over het ’emoties’-experiment van Facebook

Een experiment van Facebook heeft onlangs veel stof doen opwaaien. We leggen je uit wat het experiment precies inhoudt en of je je hier zorgen over moet maken.

Op 11 januari 2012 startten drie wetenschappers een onderzoek. Met dit onderzoek probeerden ze te achterhalen of emoties ‘verspreid’ kunnen worden via social media, in dit geval via Facebook. De status-updates die in het onderzoek werden meegenomen, bestonden alleen uit tekst.

Hier komt de crux: bijna 700.000 Facebook-gebruikers namen deel aan het onderzoek, zonder dat zij daar iets van af wisten. Twee jaar later, in maart 2014, publiceerden de wetenschappers het onderzoek in een Amerikaans wetenschappelijk tijdschrift. Deze publicatie zorgde voor een golf van verontwaardiging in niet alleen de academische wereld. Ook de media en Facebook-gebruikers hadden zo hun vraagtekens bij het onderzoek. Wat is er precies gebeurd?

Facebook manipuleerde ‘emotionele’ status-updates

Facebook toont nooit álle updates van onze Facebook-vrienden, maar het sociale netwerk selecteert alleen de ‘relevante’ posts. Daarvoor gebruikt Facebook de EdgeRank-formule, welke informatie rangschikt op basis van het type content of de relatie tot degene die de status-update plaatst.

De wetenschappers, waarvan er één, jawel, bij Facebook zelf werkt, kozen 689.003 Engelstalige Facebook-gebruikers. Vervolgens schotelden ze de gebruikers extra status-updates voor met een emotioneel geladen inhoud. Dit waren zowel negatieve als positieve updates.

De 689.003 deelnemers werden verdeeld in vier groepen van gelijke grootte (bron).

De deelnemers aan het onderzoek kregen veel meer positieve en negatieve status-updates in hun tijdlijn te zien dan andere Facebook-gebruikers. Vervolgens hielden de onderzoekers bij of de deelnemers zelf meer emotioneel geladen updates plaatsten.

Om te bepalen in welke mate de status-updates een emotionele inhoud hadden, gebruikten de onderzoekers de LIWC-methode. Hiermee categoriseerden de onderzoekers woorden in status-updates naar ‘negatief’ of ‘positief’.

Probeer de LIWC-methode eens zelf!

Emoties ‘vangen’ op Facebook

Na afloop van het experiment, analyseerden de onderzoekers meer dan 3 miljoen Facebook-updates, met ruim 122 miljoen woorden. Het onderzoek werd uitgevoerd met de volgende hypothese in het achterhoofd: als het waar is dat emoties worden verspreid over Facebook, dan zullen gebruikers die meer negatieve status-updates in hun tijdlijn zien ook zelf negatievere posts schrijven en vice versa.

Uit de analyse van de resultaten bleek dat de hypothese grotendeels als geslaagd kan worden gezien. Wanneer de hoeveelheid positief nieuws daalt, uiten de Facebook-gebruikers zich in minder positieve woorden. Met deze resultaten in hun achterzak beweerden de onderzoekers dat emotie besmettelijk is, zelfs in sociale netwerken. Daarnaast ontdekten de onderzoekers dat Facebook-gebruikers die minder ‘emotionele’ updates – positief of negatief – in hun tijdlijn zien, zelf in het geheel minder berichten op Facebook plaatsen.

Een voorbeeld van een ‘verdrietige’ of ‘negatieve’ Facebook-post.

Kortom: wanneer onze Facebook-vrienden triest nieuws posten, worden ook wij verdrietig. Bij de publicatie van een blijde boodschap, worden we gelukkiger.

Facebook heeft geen toestemming gevraagd aan de respondenten

Veel Facebook-gebruikers zijn nu verontwaardigd dat Facebook zonder toestemming onderzoek doet en op die manier hun gebruikerservaring manipuleert. Als je een Facebook-account aanmaakt, geef je Facebook echter toestemming om zulke interne operaties uit te voeren. Als antwoord op de ophef schreef één van de onderzoekers Adam D.I. Kramer in een publieke post dat de beweegredenen voor dit onderzoek inderdaad niet goed duidelijk zijn gemaakt.

Met dit punt sta je toe dat Facebook je gegevens gebruikt voor experimenten.

De ophef van Facebook-gebruikers is niet zo gek, aangezien het vragen van toestemming aan een respondent als een belangrijk goed wordt gezien in de wetenschap. Als het, zoals in dit geval, gaat om psychologisch onderzoek, dan kan voorkennis de resultaten echter beïnvloeden.

Hier verspreid ik geluk op Facebook en het werkt!

Hoe voorkom je dat je een web-proefkonijn wordt?

Ook al zijn dit soort psychologische tests vrij normaal in de wetenschap, kwam het nog niet eerder voor dat het onderzoek werd uitgevoerd op een sociaal netwerk. Ook het immense aantal respondenten (700.000) die ongevraagd ‘slachtoffer’ werden van dit onderzoek is nog niet eerder vertoond.

Allemaal leuk en aardig, maar het kan natuurlijk ook jou overkomen. En dat is geen fijn gevoel. Wees er daarom van bewust dat alles wat je online plaatst, gebruikt kan worden door het sociale netwerk of de applicatie om hun diensten te verbeteren. In de meeste gevallen gaat hier om het onschuldige verzamelen van gebruikersdata om statistieken te genereren. Daarnaast worden gegevens gebruikt om de gebruikerservaring te verbeteren. Veel (positieve) veranderingen die je nu terugziet op Facebook, Twitter of in je favoriete Google-apps zijn grotendeels te danken aan het verzamelen van de gebruikersdata.

Je kiest zelf of je een dienst wilt gebruiken die onbeperkte toegang heeft tot jouw data.

Ben je niet overtuigd? Zorg er dan in ieder geval voor dat je het privacy-beleid van de applicatie of het sociale netwerk goed doorleest, voordat je een account aanmaakt. Bij sommige applicaties en websites kun je de privacy-instellingen aanpassen, maar in de meeste gevallen heb je die keuze niet.

Bovendien is het belangrijk dat je op de hoogte blijft van veranderingen in het privacy-beleid van de dienst. Het klinkt misschien saai om voortdurend door de gebruikersvoorwaarden te spitten, maar deze veranderingen kunnen verstrekkende gevolgen hebben voor je privacy. Als je het allemaal niet vertrouwt, dan is de keuze aan jou: blijf je of ga je?

Lees ook:

Veilig omgaan met geautoriseerde apps en websites op Facebook, Google en Twitter

Je komt de melding ongetwijfeld wel eens tegen: “App X wil toegang tot je openbaar profiel, vriendenlijst, e-mailadres en geboortedatum.” Je krijgt de keuze om app X inderdaad toegang te geven of deze te weigeren. Dit zijn zogenaamde geautoriseerde apps of geautoriseerde websites.

Maar hoe werkt dit precies? Tot welke informatie krijgen deze apps toegang? En zijn er gevaren aan verbonden? Wij leggen het uit.

Wat zijn geautoriseerde apps en websites?

De gegevens die jij invoert op GoogleFacebook en Twitter zijn ongelofelijk waardevol op het internet. Apps en websites krijgen graag toegang tot die informatie, waar jij uiteraard toegang voor moet verlenen. Maar waarom willen al die apps en websites zo graag alles van je weten?

Websites vragen toegang tot je gegevens om allerlei redenen. Hier zijn een paar voorbeelden:

  • Mobiele versies van je favoriete websites (officieel en onofficieel)
  • Websites waarop je kan inloggen zonder wachtwoord
  • Extra software om je e-mail en sociale netwerken te beheren
  • Applicaties die verschillende diensten aan elkaar verbinden, zoals IFTTT
  • Apps die backups van je data maken
  • Apps voor social media: wie moet je volgen en wie niet?

Klinkt allemaal redelijk logisch, tot nog toe. Waarom zou je nog inloggen met moeilijke wachtwoorden, als je toch te allen tijde verbonden bent met je Google-account of Facebook?

Het probleem is dat niet alle externe apps en websites te vertrouwen zijn of even zorgvuldig met je data omgaan. Autoriseer de verkeerde app en je geeft een schimmige website permissie al je mails te lezen.

Waarom dit licentiesysteem?

Sinds 2007 begonnen de grote sociale netwerken de identificatiemethode OAuth (Open Authorization) te gebruiken. Het is de standaard wanneer je je op een website identificeert met bijvoorbeeld je Google- of Facebook-account.

Geen wachtwoord, alleen de ‘token’ (bron)

De reden voor het gebruik van OAuth is simpel. Gebruikers moesten voorheen altijd een gebruikersnaam en wachtwoord intypen om de inloggegevens van een sociaal netwerk voor andere doeleinden te gebruiken. Inloggen met één klik is uiteraard veel gemakkelijker, waardoor browsen op een internet veel gestroomlijnder werd.

De schaduwzijde van de autorisatiemedaille

Apps en websites autoriseren is zo makkelijk dat je er amper bij hoeft stil te staan. Één klik op ‘OK’ en je hoeft niet meer om te kijken naar het inlogproces. Het gevaar is echter gemakzucht, waarmee je de deur op een kier zet voor malware.

Een geautoriseerde app die onder jouw naam Twitter-berichten stuurt (bron)

Afhankelijk van de rechten die je hebt gegeven, kan een geautoriseerde app of website:

  • E-mails, contacten en updates verwijderen
  • Ongewenste advertenties op jouw naam versturen
  • Foto’s publiceren op openbare plekken
  • Persoonlijke informatie verwijderen (zoals wachtwoorden)

Zulke acties zijn niet altijd kwaadaardig; soms is een app of website gewoonweg slecht ontworpen. De schade is desondanks even groot en we raden je daarom aan altijd goed op te letten bij het autoriseren van een app of website.

Toegang intrekken en geautoriseerde apps verwijderen

Alle diensten die toegang tot jouw gegevens kunnen verlenen via app-autorisatie geven je ook de optie om deze toegang weer terug te trekken. Daarvoor moet je soms even goed zoeken. Wij zetten de juiste opties even op een rij.

Wil je een compleet overzicht van alle geautoriseerde apps en websites op jouw verschillende social media-accounts, ga dan naar de website MyPermissions.org of download de app voor iPhone en Android.

Overige tips voor geautoriseerde apps

Ruim eens in de zoveel tijd je lijst geautoriseerde apps op. Zo voorkom je een warboel van vervelende apps en ben je veiliger als één van de apps bijvoorbeeld gehackt wordt.

Let goed op voordat je een app of website toegang geeft. Wat voor app of website is het eigenlijk? Ziet het er professioneel uit? Welke permissies geef ik precies?

Een andere, meer algemene tip is vaak je wachtwoorden te veranderen en verschillende wachtwoorden voor verschillende sociale netwerken te gebruiken. Heb je overal hetzelfde wachtwoord, dan is het een stuk makkelijker voor kwaadwillenden om ál je social media-accounts te hacken.

Heb jij wel eens problemen gehad met geautoriseerde apps?