Valve trok op 22 juni zonder enige aankondiging het doek van de Steam Machine: een pc in consolevorm die volgens het bedrijf 1.039 euro kost in de goedkoopste uitvoering, met 512 GB interne opslag en zonder controller, en 1.428 euro in het topmodel, met 2 TB opslag en een Steam Controller. Op papier oogt het daardoor vooral als een duur apparaat waarvoor niet meteen duidelijk is wie het eigenlijk moet kopen.
Valve hoort al jaren bij de meest geliefde namen in de gamewereld. Waar andere bedrijven periodes van succes afwisselen met missers en zelden kunnen rekenen op onvoorwaardelijke steun van hun publiek, geniet Valve bijna een soort heiligenstatus.
Bijna iedereen lijkt wel iets met Steam te hebben. Over Half-Life, Portal en Left 4 Dead hoor je zelden echt venijnige kritiek. Het idee dat de gamewereld er slechter voor zou staan zonder Valve leeft breed. En ja, op delen van Steams beleid is al jaren terechte kritiek, maar die is nog altijd minder hardnekkig en minder luidruchtig dan wat andere grote bedrijven doorgaans over zich heen krijgen.
Zelfs Nintendo, toch hét voorbeeld van een trouwe en uitgesproken fanbase, komt zelden aan dat niveau van waardering.
Dat betekent natuurlijk niet dat Valve alles goed doet, of dat alles wat het bedrijf aanraakt vanzelf een succes wordt. Ook Valve kan ernaast zitten, ontwikkelingen verkeerd lezen en fouten maken. Soms zelfs op een manier die extra hard binnenkomt, juist omdat bijna niemand die ziet aankomen.
Dat is eerder gebeurd, zonder dat het bedrijf daar echt zware schade door opliep. Dit keer lijkt het alleen om iets groters te gaan dan vooraf werd gedacht. De Steam Machine is namelijk totaal niet geworden waar een groot deel van het publiek op had gehoopt.
Een machine voor niemand
Toen Valve de Steam Machine op 22 juni zonder enige waarschuwing presenteerde, ging alle aandacht meteen naar het prijskaartje. Met een instapmodel van 1.039 euro voor de versie met 512 GB interne opslag en zonder controller, kondigde Valve het apparaat aan in vier varianten. Het duurste model komt volgens Valve met 2 TB opslag, een Steam Controller in de doos en een prijs van 1.428 euro.
Dan komt vanzelf de belangrijkste vraag bovendrijven: valt dat bedrag te verdedigen?
Volgens Valve draait de Steam Machine op een AMD Zen 4-processor met 6 cores, een AMD RDNA3-gpu, één module van 16 GB DDR5-RAM en 8 GB GDDR6-VRAM, maar in de praktijk maken die specificaties minder indruk dan je zou hopen. Qua prestaties zit het apparaat het dichtst tegen een gewone PlayStation 5 aan, dus niet eens tegen een Pro-model.
Die kost op het moment van schrijven, zelfs na Sony’s vele prijsverhogingen, 589 euro inclusief controller. Dat is iets meer dan de helft van de 1.108 euro die je neerlegt voor de goedkoopste versie van de Steam Machine mét controller.
Zet je hem naast andere pc’s, dan wordt het beeld iets minder zwart-wit. Wie zelf een computer met vergelijkbare onderdelen in elkaar schroeft, komt uit op ongeveer 900 euro.
Vanuit dat perspectief is de prijs van de Steam Machine op zichzelf niet compleet absurd: je krijgt een systeem dat nog binnen de gebruikelijke marktprijzen valt, al gemonteerd, en met de kwaliteitsgarantie van Valve erbij. Alleen zit daar meteen het grote probleem. Dit is geen gewone pc, maar een pc in consolevorm. Het hele idee is dus dat hij de strijd moet aangaan met consoles.
En precies daar begint het te wringen. De meeste mensen die op deze machine zaten te wachten, zochten geen alternatief voor hun pc, maar voor hun console.
Het aantrekkelijke aan het concept was juist een pc voor in de woonkamer die net zo makkelijk en vanzelfsprekend aanvoelt als een console. Alleen is op dat punt nog totaal niet duidelijk of Valve dat ook echt voor elkaar krijgt.
Mislukte verwachtingen
Het grootste probleem van de Steam Machine is simpel: voor dit soort bedragen koop je praktisch elke console die je wilt. Of gewoon meerdere.
Voor ongeveer hetzelfde geld als alleen de Steam Machine haal je zonder moeite een combinatie van een PlayStation 5 of Xbox Series X|S én een Switch 2 in huis. En als je daar dan ook nog bij optelt dat Nintendo’s console minder dan de helft kost van Valves nieuwe machine, vergelijkbare of soms zelfs betere prestaties levert én bovendien draagbaar is, dan wordt het lastig om nog precies aan te wijzen waar de echte meerwaarde van Valves apparaat zit.
Op één vlak heeft Valve wel degelijk iets sterks in handen. De catalogus. Daar moet de Steam Machine het vooral van hebben: je Steam-bibliotheek staat er al, en het idee om die games gewoon in de woonkamer te spelen is zonder twijfel aantrekkelijk.
Alleen, hoe groot is dat voordeel in de praktijk? Door het beperkte vermogen van de Steam Machine zullen veel AAA-games niet draaien zoals je op basis van de prijs zou mogen verwachten. Nieuwe releases zullen er op andere systemen simpelweg beter uitzien.
En daarmee kom je bij de kern uit: de Steam Machine heeft geen scherp profiel. Het is een machine die vooral mikt op comfort en bedoeld lijkt voor mensen die een pc in consolevorm willen om pc-games op de televisie te spelen, niet per se de nieuwste releases of de zwaarste titels, maar daar hangt wel een prijskaartje aan dat ver boven dat van alle andere consoles op de markt ligt.
Alsof dat nog niet genoeg is, ligt die prijs niet alleen hoger dan wat veel mensen per maand aan huur of hypotheek kwijt zijn, maar ook boven het minimumloon in een flink deel van de landen waar het apparaat verkocht wordt.
Wat had Valve dan wél kunnen doen? Eigenlijk lagen er twee logische routes open: subsidiëren of wachten.
Valve had de Steam Machine voor 700 of 800 euro in de markt kunnen zetten en daarbij verlies kunnen nemen, in ruil voor de winst in merkimago en een veel sterker antwoord op de consoles van de concurrentie. De andere mogelijkheid was uitstel tot 2027, in de hoop dat de componentencrisis tegen die tijd verder zou afzwakken en de prijs kon zakken naar een niveau dat een stuk beter te verdedigen is.
Dan was deze lancering vermoedelijk niet uitgegroeid tot het probleem waar Valve nu mee opgescheept zit.
Of de Steam Machine uiteindelijk toch aanslaat, is op dit moment nog niet met zekerheid te zeggen. Eén ding staat wel vast: het is een duur apparaat zonder duidelijk publiek. Het kan alsnog een succes worden, maar alles wijst voorlopig de andere kant op.
De tijd en de consument zullen daar uiteindelijk over beslissen. Maar als je nu alleen naar het papier kijkt, lijkt Valve met de Steam Machine geen gelukkige zet te hebben gedaan.