OnePlus zou, als de berichten kloppen, al deze week gas terugnemen in de VS en Europa. Dat mogelijke vertrek past naar verluidt in een bredere herstructurering bij moederbedrijf Oppo. Voor consumenten is dat best een opvallende draai voor een merk dat ooit groot werd met krachtige telefoons voor betrekkelijk weinig geld. Juist dat model komt alleen steeds verder onder druk te staan, door duurdere onderdelen, stevige concurrentie en de oplopende kosten van aanwezig blijven in westerse markten.
Dat betekent trouwens waarschijnlijk niet dat OnePlus van de ene op de andere dag overal verdwijnt. In China en India zou het merk volgens verschillende rapporten voorlopig actief blijven, al houden diezelfde rapporten ook de deur open voor een volledige wereldwijde afbouw tegen 2027. Tegelijk is Oppo zijn telefoondivisie breder aan het herschikken. Oppo, OnePlus en Realme zouden daardoor minder als volledig losstaande merken opereren en meer onder één gezamenlijke structuur terechtkomen. Realme zou zich volgens meldingen uit China bovendien terugtrekken, terwijl Oppo juist sterker inzet op regio’s waar het merk nog goed presteert, zoals delen van Centraal-Europa. Realme zou op zijn beurt meer mikken op de Nordische landen.
Heb je al een OnePlus-toestel, dan is er tenminste nog iets geruststellends. OnePlus zou volgens meerdere berichten hebben aangegeven dat software-updates en service na aankoop gewoon blijven doorlopen gedurende de levenscyclus van toestellen die al verkocht zijn. Een grote reden achter die mogelijke afbouw ligt, afgaande op die berichten, bij de fors opgelopen prijzen van mobiel geheugen.
LPDDR-geheugen zou in ongeveer een jaar tijd zo’n 250 procent duurder zijn geworden. De oorzaak zou liggen bij grote leveranciers als Samsung, SK Hynix en Micron, die productie hebben verschoven naar winstgevendere chips voor datacenters. Vooral een merk als OnePlus voelt dat direct, omdat de bekende formule van veel specificaties voor een scherpe prijs lastig overeind blijft als cruciale componenten ineens fors duurder worden. Met name de Nord-lijn, die het juist moest hebben van een sterke prijs-kwaliteitverhouding, komt daardoor in de verdrukking.
Ook in de VS en Europa had OnePlus het al langer lastig. Het merk bleef ruim achter Apple en Samsung, maar slaagde er ook niet in om structureel voorbij kleinere rivalen als Motorola en Google Pixel te komen. Daar komt nog bij dat de smartphonemarkt afkoelt. Volgens IDC daalden de smartphoneleveringen in China in het tweede kwartaal met 4,3 procent op jaarbasis.
En daar hield het niet op.
Geopolitieke spanningen, invoerheffingen en de hoge kosten van een wereldwijde aanwezigheid tellen ook mee. In Europa kwam daar nog juridische druk bovenop.
De belangrijkste kwestie was daarbij niet die veelgenoemde zaak rond Apple, maar een patentconflict met Nokia over 4G- en 5G-technologie. Daar hoorde ook een verkoopverbod in Duitsland bij, iets waar eerder al breed over is bericht. Intussen was ook de eigen identiteit van OnePlus aan het vervagen. In 2021 voegden de bedrijven hun hardware-R&D-teams samen, en OxygenOS ging een codebasis delen met Oppo’s ColorOS. Voor een deel van de fanbasis voelde dat alsof het oorspronkelijke OnePlus-karakter langzaam weggleed.
Als die terugtrekking nu echt doorgaat, dan is dat dus niet het gevolg van één slecht kwartaal. Het is de uitkomst van een hele stapel problemen: duurdere onderdelen, zwakke marktaandelen, juridische druk en een moederbedrijf dat zijn merkenportfolio strakker wil organiseren.